In een arrest van 28 juli 2025, nr. 263.984 in het kader van een vordering tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van een overheidsopdracht voor diensten werpt de Raad van State een interessant licht op de vraag of het opnemen van nulprijzen voor vereiste opties een offerte substantieel onregelmatig kan maken. De Raad komt, in een beoordeling op het eerste gezicht, tot een duidelijke conclusie: nul is ook een prijs en niet elke nulprijs ondergraaft de vergelijkbaarheid van offertes.

 

Context van het geschil

 

Een afvalverwerkingsvereniging schreef een opdracht uit voor de ontwikkeling, levering en het onderhoud van diftarsoftware. Het bestek werkte met de gunningscriteria prijs (60) en kwaliteit (40), verbood vrije opties en verplichtte inschrijvers om prijs te geven voor een aantal vereiste opties.

 

Twee kandidaten werden geselecteerd, waaronder de verzoekende partij. Op 16 juni 2025 besliste de aanbesteder echter om de offerte van de verzoekende partij substantieel onregelmatig te verklaren en de opdracht te gunnen aan de andere inschrijver. De verzoekende partij zou namelijk voor de vereiste opties geen beschrijving en geen prijsopgave hebben opgenomen in de offerte.

 

Juridisch kader: verplichte opties en minimale vereisten

 

De Raad herinnert eerst aan het wettelijk kader. Een “optie” in de zin van de wet overheidsopdrachten is een bijkomend element dat niet strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de opdracht, dat hetzij op vraag van de aanbesteder, hetzij op initiatief van de inschrijver wordt ingediend. Artikel 48 KB Plaatsing 2017 bepaalt dat wanneer een verplichte optie niet voldoet aan de minimale vereisten, dit leidt tot de substantiële onregelmatigheid van zowel de optie als de basisofferte.

 

Tegen die achtergrond toetst de Raad de twee motieven die hebben geleid tot het substantieel onregelmatig verklaren van de offerte, namelijk (i) het ontbreken van een beschrijving en (ii) het ontbreken van een prijsopgave voor de vereiste optie.

 

Geen beschrijving? Feitelijk onjuist

 

Wat het eerste motief betreft, stelt de Raad vast dat de verzoekende partij wel degelijk beschrijvingen had opgenomen voor de vijf vereiste opties.

 

Geen prijsopgave? Nul is ook een prijs

 

Ook het tweede motief houdt geen stand volgens de Raad. Door nulprijzen op te nemen, heeft de verzoekende partij zich ondubbelzinnig verbonden om die prestaties kosteloos te leveren. Het argument dat nergens expliciet zou zijn vermeld dat de opties gratis zijn, overtuigt volgens de Raad niet.

 

Vergelijkbaarheid van offertes: optieprijzen zijn geen afzonderlijk subgunningscriterium

 

De aanbesteder stelde vervolgens dat nulprijzen de vergelijkbaarheid van de offertes aantasten, omdat niet afzonderlijk zou blijken welke prestaties in de basisprijs en welke in de opties vervat zaten.

 

De Raad volgt die redenering niet. Het bestek beoordeelt de prijs op basis van de totale prijs (prijs van de basisopdracht samen met de vereiste opties), zonder afzonderlijk subgunningscriterium voor de optieprijzen. Dat de prijs van de vereiste opties vervat zit in de basisprijs, tast de vergelijkbaarheid op het eerste gezicht niet aan, nu de prijs voldoende bepaald of bepaalbaar is volgens de Raad van State en geen risico bestaat op manipulatie van een afzonderlijk criterium. Het is dat risico op manipulatie en concurrentievervalsing dat aanwezig moet zijn om een offerte wegens nulprijzen te weren.[1]

 

Dat de aanbesteder hierdoor mogelijk ook betaalt voor niet-bestelde opties, is volgens de Raad geen probleem van vergelijkbaarheid, maar hoogstens een risico voor de rangschikking van de inschrijver.

 

Doorrekening aan leden? Geen steun in het bestek

 

Ten slotte voert de aanbesteder aan dat nulprijzen problematisch zijn omdat zij daardoor geen afzonderlijke (eenheids)prijs heeft om kosten door te rekenen aan haar leden of aan gebruikers van optionele dienstverlening.

 

De Raad wijst er eerst op dat deze motieven niet expliciet in de bestreden beslissing zijn opgenomen. Maar ook inhoudelijk overtuigen ze niet. De aangehaalde bestekpassage heeft volgens de Raad geen betrekking op het doorrekenen van softwarekosten, maar op de wijze waarop extra dienstverlening moet kunnen worden verrekend en afgerekend.

 

Die bepaling kan dus niet dienen om nulprijzen voor vereiste opties als strijdig met minimale vereisten te beschouwen.

 

Daarbij merkt de Raad nog op dat de aanbesteder geen enkele duidelijke bestekbasis aanwijst voor haar stelling dat afzonderlijke gemeenten zelf vereiste opties zouden kunnen bestellen. De leden kunnen niet afzonderlijk afnemen. Het is dan ook niet duidelijk hoe deelnemende gemeenten daarvan zouden kunnen afwijken of andere opties zouden kunnen bestellen.

 

Besluit

 

De Raad van State besluit dat geen van de aangevoerde motieven de uitsluiting van de verzoekende partij prima facie kan dragen. Zowel het verwijt van het ontbreken van een beschrijving als dat van het ontbreken van een prijsopgave houdt geen stand, ook de bijkomende argumenten over vergelijkbaarheid en doorrekening overtuigen niet.

 

Het arrest onderstreept dat nulprijzen als dusdanig niet ontoelaatbaar zijn, ook niet voor vereiste opties, zeker wanneer die optieprijzen geen afzonderlijk (sub)gunningscriterium vormen. Wie nulprijzen wil sanctioneren, zal daarvoor een duidelijke bestekbasis en een deugdelijke motivering nodig hebben.

 

Inschrijvers verifiëren wel best grondig dat de voorgestelde nulprijzen de vergelijkbaarheid van de offertes niet verhinderen en hen geen discriminerend voordeel opleveren. Een nulprijs zal immers altijd de aandacht wekken van de aanbesteder en de concurrentie.

 

 

Anthony Poppe
Ellen Verschuere

 


[1] Zie bvb RvS 9 juli 2019, 245.121, nv CANON BELGIUM; RvS 29 maart 2011, 212.298, sa Syntigo; RvS 10 maart 2020, 247.276, bv Afbraakwerken Van Kempen; RvS 10 mei 2021, 250.554, nv Verkeers- & Veiligheidssignalisatie ; RvS 16 juni 2025, nr. 263.600.